nairobi-boek-blog

Verhuisbericht

Nairobi-Boek-Blog is verhuisd naar blogs.groene.nl/nairobi/

Screen Shot 2013-04-06 at 23.34.04

 

Building the nation

‘Oke, misschien is er gefraudeerd bij de verkiezingen. En wat dan nog. Ik ben vooral heel erg opgelucht dat het vreedzaam is verlopen. Nu wil ik graag weer gewoon mijn dagelijkse leven voortzetten.’ Aan het woord is Wanjiru. Ze heeft een goede baan in de gezondheidszorg, is slim, scherp en geestig, en maakt deel uit van de jonge stedelijke middenklasse die ruim een maand geleden in dagblad The Star werd geportretteerd als een stel lummelende twitteraars, waarvan er een over een stembus heen plast. Terwijl de middenklasse in veel landen wordt gezien als een drijvende kracht achter maatschappelijke verandering, krijgt deze laag van de bevolking in Kenia juist het verwijt van politiek- en maatschappelijk non-engagement. Zij houdt zich vooral bezig met werk, gezin, familie, consumeren, de aanschaf van een auto, bbq-en, de eigen kring.

‘Moet je je voorstellen wat het kost om de verkiezingen over te doen?’ gaat Wanjiru verder. ‘En waarvoor? Ik weet zeker dat Kenyatta toch weer wint, en ook al zou Odinga winnen, zoveel maakt het niet uit. Kenyatta en Odinga maken beiden al jaren deel uit van het politieke establishment, geen van tweeën zal veel verandering brengen. We hebben wel iets belangrijkers te doen, we have to build the nation.’

Cartoon De star 22jan2013Middle class too busy to get involved
We have to build the nation
. Het is een zinsnede die ik steeds weer hoor of lees. Voorafgaand aan de verkiezingen, als een soort bezwering: ‘Alles zal rustig blijven, maak je geen zorgen, we hebben helemaal geen zin in rellen, we have to build the nation. In de dagen na de verkiezingen, toen iedereen in afwachting thuis bleef, als aansporing: ‘Kom mensen, ga weer aan het werk, we have a nation to build.’ En een algemene opmerking over de politieke elite: ‘Wat maakt het uit dat onze eerste president in de jaren zestig land inpikte nadat de Engelsen waren vertrokken. Er was zoveel land in die tijd, en bovendien, they had to build the nation.’ De vergoelijking.

Building the nation overstijgt het pragmatisme van ‘niet lullen maar poetsen’. Het refereert aan de rol van het individu in het grotere geheel. De morele plicht tot het leveren van een bijdrage aan de natie. Maar wat betekent dat woord ‘natie’ in een land waarin politiek en maatschappij zijn doortrokken van tribalisme? En waarin de verschillen tussen de haves en de have nots zo enorm zijn. De Keniaanse president-elect Uhuru Kenyatta is volgens Forbes bijvoorbeeld goed voor 500 miljoen dollar. Terwijl aan de andere kant van het spectrum de mensen goed zijn voor minder dan 1 dollar per dag, of zoiets. Daartussenin zit de middenklasse, maar dat is slechts een fractie van het geheel.

Wat is in dit verdeelde Kenia dat gedeelde goed, die gedeelde identiteit waarmee iedere Keniaan een verwantschap voelt? En waarom vindt die oproep tot het bouwen van de natie zoveel weerklank? Waar komt die term ‘building the nation’ vandaan? Ik vraag het aan professor L., die mij antwoordt dat het een veelvoorkomende term is in de postkoloniale literatuur. De gedachte erachter is dat ‘de Afrikaanse landen zijn kapotgemaakt door kolonialisme en slavernij. En daarom is er altijd het gevoel dat Afrikanen moeten heropbouwen wat is geplunderd door de kolonialen.’

Ik denk aan het gedicht van de Oegandese dichter Henry Barlow, met de titel ‘Building the Nation’, waarin de chauffeur van de hoogste ambtenaar van een ministerie, de Permanent Secretary, vertelt over zijn werk, dat van landsbelang blijkt te zijn:  Today I did my share / in building the nation / I brought a Permanent Secretary / To an urgent and important meeting / in fact to a luncheon at the Vic. De Permanent Secretary doet zijn plicht, hij drinkt koud Bell bier, eet gebraden kippetjes, maakt praatjes, drinkt een wijntje, lacht, likt een ijsje en sluit af met koffie om wakker te blijven. Tijdens de rit naar huis, vraagt de Permanent Secretary vanaf de achterbank Did you have any lunch friend? / I replied looking straight ahead. Nee, dat had de chauffeur niet, maar dat gaf niet, want hij deed toch aan de lijn. Ze bleken beide last te hebben van een maagzweer. De Permanent Secretary wegens overconsumptie en de chauffeur om tegenovergestelde redenen. So two nation builders / Arrived home this evening / With terrible stomach pains / The result of building the nation – / – Different ways.

Henry Barlow

Henry Barlow

Verkiezingen en het kind van vijf

Ik hoor harde muziek, getoeter en een stem door een luidspreker schallen. Af en toe opgewonden gejoel. Een sirene. Dit zijn de nieuwe onderbrekingen van de gewone straatgeluiden die over de muur, door de bomen en het groen van onze tuin binnendringen in mijn werkkamer. Want op straat, daar gebeurt het deze dagen. Colonnes met campagne auto’s, die zijn opgetuigd met luidsprekers, boksen en beplakt met verkiezingsposters. Uit de opengedraaide raampjes steken armen of hele bovenlijven van jonge mannen, gekleed in de kleur van hun kandidaat. Ze delen flyers uit, lachen, roepen naar voorbijgangers. Een intense blik in de ogen, die mij onwillekeurig bezighoudt. Want wat zegt die blik? ‘Kijk mij eens, in deze grote four wheel drive. Ik hoor bij deze leider. Ik doe wat de groep doet. Wat dat ook is.’ Of zie ik het helemaal verkeerd en zijn deze mensen vrolijk aan het campagnevoeren met hun politieke geestverwanten? Ben ik gewoon een vreemdeling die wat verdwaasd rondwaart tussen mensen die zij niet begrijpt, en zich angst laat aanjagen door het onbekende en de energie van massaliteit?

De sirene houdt aan. Dus ik kijk op twitter of er melding wordt gemaakt van iets. Een incident. Een relletje. Stenengooiers, of mensen die een autoband verbranden. Maar niets van dien aard. Het zijn de laatste dagen voor de verkiezingen op 4 maart. Eindelijk. Want Kenia is al maanden in de ban van die verkiezingen. En iedereen wacht af en vraagt zich af: wie zal het worden? en zal het rustig blijven?

Kenya election wall

Wordt het Uhuru Kenyatta, of Raila Odinga? Kenyatta, de zoon van de eerste president van Kenia, die nu is aangeklaagd voor het Internationale Strafhof in Den Haag? Of Odinga, de zoon van Kenia’s eerste vicepresident, die de vorige verkiezingen verloor en wiens achterban ook een rol speelde in de post election violence in 2007. Het is een strijd tussen twee politieke dynastieën. En voor beide partijen staat er veel op het spel. Kenyatta hoopt dat het presidentschap een manier zal zijn om onder de rechtszaak in Den Haag uit te komen. En Odinga heeft de vorige verkiezingen verloren, dus deze keer is het zijn tijd. Vinden hij en zijn achterban.

Bovendien werd Odinga’s vader door Kenyatta’s vader in de cel gegooid, jaren geleden. Er is dus ook een andere dimensie. Maar eigenlijk zijn er vele andere dimensies. Want er is land dat in handen is gekomen van meneer x en waar meneer y recht op denkt te hebben. Of heeft. Daar is onenigheid over. En er zijn vele meneren x en y in Kenia, arm en rijk. En er is tribalisme. En armoede. En corruptie. En er is het trauma van de vorige verkiezingen die ontaardden in grootschalig geweld tussen burgers, platgebrande dorpen, vluchtelingen, verkrachtingen, wantrouwen, verdriet en verstoorde levens. Zoals het leven van Christine, een jonge vrouw die gisteren voor een volle zaal een verhaal vertelde over wat haar als zestienjarig meisje overkwam.

Ik was bij de V monologues, de Vagina Monologen. Na een overdonderend optreden (er werd gelachen, gejuicht en stil gehuild) van achttien bekende en onbekende Keniaanse vrouwen die de inmiddels wereldberoemde monologen van Eve Ensler voordroegen, werden mensen in de zaal uitgenodigd om iets te delen met het publiek. Het bleef even stil. Toen werd er een rondje ‘hoe zeg je vagina in je eigen (tribale) taal’ gedaan. Vervolgens trad er ad hoc een dame op die haar eigen vaginamonoloog had geschreven, althans ik denk dat dat het was. En toen was daar Christine. Die wat schutterig naar het podium liep, een paar grapjes maakte waar maar weinig mensen om lachten en toen recht de zaal in keek en vertelde hoe zij tijdens het verkiezingsgeweld in 2007 was verkracht door een groep jonge mannen. Hoe zij een kind aan die verkrachting had over gehouden. Een kind dat nu vijf jaar oud is en dat ze gisteravond thuis had gelaten, omdat het voor een vijfjarige niet gezond is om zo laat naar bed te gaan. ‘Ik ben dus moeder geworden,’ zei ze, en ze lachte. Ik keek naar een van de actrices op het podium, die ook net moeder was geworden. Dat wist iedereen in de zaal, want ze had tijdens de hele voorstelling haar baby op het podium zitten voeden. ‘Maar ik wilde helemaal geen moeder worden,’ zei Christine. ‘Maar wat kan ik doen? Want dat kind, dat is er nu. Ik heb een kind, maar mijn familie. Die heb ik al vijf jaar niet meer gezien. Dus ik weet het niet.’

Ik ben blij dat ik straks vertrek, ik ga op verkiezingsvakantie. Niet omdat ik verwacht dat het weer net zo fout zal gaan als in 2007, maar om uit te sluiten dat ik met de mijnen in een gevaarlijke situatie terecht kom. Maar dat ben ik. En dan is er Christine. Met haar kind.

VDay

Het homoding

‘Wat hebben jullie toch met dat homoding? Ik word er helemaal ziek van.’ Aldus een Keniaanse vriendin tijdens een etentje. Iemand had The Kids Are All Right ter sprake gebracht. Deze film over een lesbisch stel werd vertoond op de Kenya Airways-vlucht naar Amsterdam en het Noord Europese deel van het tafelgezelschap nam lachend aan dat de filmselecteur waarschijnlijk dacht dat het een gezellige familiefilm was. Wat het ook was, in mijn ogen, maar wel met een familie die in dit deel van de wereld door velen niet wordt geaccepteerd. Een paar weken voor het etentje was een bekende Oegandese homoactivist vermoord met een hamer. Het ‘homoding’ was dus een onderwerp waar wij allemaal ziek van waren. En nu lag dat onderwerp voor ons op tafel als een opengespleten chimpanseehoofdje met gekookte hersenen. Dus de sfeer sloeg om. Direct. En de discussie die ontstond werd nogal grimmig. Bijbel, moraal, Westers neokolonialisme versus vrijheid, gelijkheid en individualisme. We werden het op hoge toon niet met elkaar eens.

En nu, bijna twee jaar later, is er The Whale Rider, van Witi Ihimaera. Het boek zorgde in Kenia voor grote controverse. Het verhaal gaat over Kahu, een achtjarig Maori meisje dat tegen alle tradities in de nieuwe leider wordt van haar stam. Een positie die voorheen slechts aan jongens was voorbehouden. Het boek staat sinds februari vorig jaar op de leeslijst van Keniaanse middelbare schoolkinderen en maakt deel uit van de examenstof. Niets aan de hand, leek het. Het leest lekker, is spannend en dun. Bovendien sluit de thematiek goed aan bij zaken die ook hier spelen: emancipatie van meisjes (het girl child, in NGO jargon) en tribalisme. Maar in de eerste week van januari ontstond er rumoer naar aanleiding van een artikel in de Daily Nation waarin werd onthuld dat Keniaanse kinderen op school voor het eerst een boek lezen dat is geschreven door een schrijver die openlijk homo is. En dat niet alleen, The Whale Rider bevat volgens hetzelfde artikel passages die door gewone stervelingen waarschijnlijk over het hoofd worden gezien, maar door ingewijden feilloos herkend worden als homo-erotisch. Zo is er de walvis die altijd door een man, de leider van de stam, werd bereden. En het achtjarige meisje Kahu, merkt op dat zij niet van jongens houdt. Ah ja.  

walvis

Lees de rest van dit artikel »

Woman of Africa

‘Ik moedig studenten aan om niet te filosoferen tijdens mijn colleges. Wat wij hier leren zijn analytische vaardigheden om naar literatuur te kijken.’ Het is zaterdag, kwart over elf in de ochtend. Ik zit in een collegezaal. Grijs linoleum op de vloer. Gebroken witte gordijnen met blauw motief hangen naast de getraliede ramen. Een zwart schoolbord met daarvoor een wit bord. ‘Beiden zonder wisser,’ merkt professor L. op. Een student vist een zakdoekje uit zijn tas en loopt naar voren om het witte bord schoon te vegen. Op de Universiteit van Amsterdam, waar ik het grootste deel van mijn kennis over universiteiten en de interactie tussen student en professor heb opgedaan, zou de professor het zakdoekje met een beetje geluk vanaf een collegebank krijgen toegeworpen.

Om mij heen zitten zo’n vijftien studenten. Iedereen stelt zich voor. Caroline, Joseph, Faith, communicatie, psychologie, of Engels. Ik schat ze maximaal begin twintig. Alleen Julianne is wat ouder. Ze heeft kinderen die thuis komen met verhalen over facebook en twitter. Julianne begrijpt niet waar ze het over hebben en besloot te gaan studeren. Om de wereld van haar kinderen te leren begrijpen. Professor L. knikt. Híj ging studeren omdat hij een auto wilde hebben.  

Going-Down-River-Road-

Lees de rest van dit artikel »

De schrijver en de woestijn

Woestijn, clans, water en kamelen, wraak, conflict, belediging en verzoening. Het zijn de ingrediënten van een van de grootste gedichtencycli in Somalië, Guba. Gedurende dertig jaar stuurden dichters uit verschillende clans gedichten naar elkaar, waarin ze elkaar beledigen en verwensen, oproepen tot oorlog en moord, maar ook tot vrede en verzoening. En het bleef niet bij woorden, want er werd gevochten, gedood en vrede gesloten, gedurende die dertig jaren. Allemaal naar aanleiding van gedichten. 

‘Somalië is een land van poëzie,’ vertelt Sayadin Hersi. ‘Het is een heel verfijnde manier van communiceren, een soort discussie of debat, maar ongelooflijk ontroerend. De traditionele gedichten hebben een vast verloop met een introductie, een bespreking van het onderwerp en een conclusie; op een melodie die kenmerkend is voor een individuele dichter. Ze worden op zo’n manier geschreven dat je ze makkelijk kunt onthouden, tenminste als je geoefend bent. We hoefden een gedicht maar een paar keer te horen, om ze uit het hoofd te kennen. Terwijl het lange epische teksten waren. De combinatie van inhoud, metrum en melodie is zo sterk dat bepaalde passages altijd in je hoofd blijven zitten. Zelfs nu nog, als iemand zich bijvoorbeeld hypocriet gedraagt, dan komt er een bepaalde strofe uit een gedicht dat ik als kind leerde, naar boven.’

Sayadin Hersi

Sayadin Hersi

Lees de rest van dit artikel »

Piraterij en de literaire orde

River Road is een straat met hoeren, afgetrapte hostels en ontelbaar veel winkeltjes. In duistere drankholen koop je voor wat shillingen bier, of shanga, een zelfgestookt brouwsel dat je bij overconsumptie nog ouderwets het licht in de ogen kost. De straat loopt dwars door het stadscentrum en is een plek waar je volgens Stanley Gazemba geen vragen moet stellen. Gazemba (1974) is schrijver, recensent en tuinman; van hem hoor ik voor het eerst over boeken die illegaal worden gedrukt en voor bodemprijzen worden verkocht. Gazemba gaf zijn debuutroman The Stone Hills of Maragoli uit in eigen beheer, won er de belangrijkste literaire prijs van Kenia mee en is een van de meest veelbelovende Keniaanse schrijvers van dit moment. Bij zijn inspanningen om zijn debuut in de schappen van de boekhandel te krijgen, ontdekte hij dat de boekenbranche was vergeven van graaiers. Hij verkocht zijn gehele eerste oplage, maar de drukker, de inkoper, en de boekverkoper eisten allemaal zo’n groot deel van de opbrengst dat er uiteindelijk niets voor de auteur overbleef. Voor de meeste Kenianen is een boek uit de boekwinkel een onbetaalbaar luxeartikel. De markt voor goedkope kopieën is daarom zeer lucratief. En River Road blijkt het epicentrum van die piratenhandel.

Vragen stellen doe ik dan ook niet als ik er samen met vriend R rondloop. Straat en stoep wemelen van auto’s, matatu’s, en mensen. Dit deel van de stad heet het Central Business District. Niemand woont er permanent, er wordt handel gedreven. In de ene straat is de middenstand gespecialiseerd in printpapier, pennen en schriften; ergens anders verkoopt winkelier na winkelier gereedschap en huishoudelijke artikelen en om de hoek domineren de boekhandelaren. Hoog opgestapeld in de kioskachtige winkels liggen voornamelijk schoolboeken in de schappen. De verkoper en zijn waar houden zich op achter traliewerk. Nairobbery.

Maar ook op de stoepen ligt allerlei leeswaar uitgestald. Stoffige, beduimelde meerdehands schoolboeken, bijbels en internationale bestsellers. Als vriend R vraagt hoe het zit met de illegale kopieën lacht een van de straatverkopers en wijst naar een steegje. We komen uit op een kleine binnenplaats. Mijn blik valt op een bedrijfspand waarvan de deuren wijd open staan. Binnen zie ik een enorme machine, ervoor stapels vers gedrukte boeken. Een paar panden verderop hetzelfde tafereel. En nog een en nog een. Hier gebeurt het dus: self publishing in Nairobi. En het ziet er eigenlijk nogal gewoon uit. Wat waarschijnlijk meestal het geval is bij illegale praktijken. Toch heb ik niet de moed om naar binnen te wandelen voor een klein interviewtje. Ik ken de codes niet.  

Lees de rest van dit artikel »

Het big man syndroom

Een krantenfoto toont een verschrikte man op een trottoir, er wordt aan hem getrokken, het tafereel maakt een chaotische indruk. Zijn witte hoofddekseltje werd hem van het hoofd geslagen en hij verloor zijn linkerschoen, aldus het onderschrift. Achtergebleven op de trappen van het Castle Royal Hotel in Mombasa, zo stel ik mij voor. De liften deden het niet, dus hij snelde met zijn belagers op de hielen, de trap af, de stoep op, naar een auto. Die hij nooit bereikte omdat de meute niet wilde wijken. Terug het hotel in, naar het casino. Ook in Kisumu werd hij uitgejouwd en aangevallen. Op andere plekken werd hij ontvangen als een held. En dat allemaal om een boek. Over goede publiciteit gesproken. DWDD en Pauw & Witteman zouden om hem vechten.

Miguna Miguna, zijn naam klinkt als een bezwering, was een van de belangrijkste adviseurs van premier Raila Odinga, totdat hij een jaar geleden in ongenade viel. Hij besloot een boek te schrijven over zijn ervaringen in de politiek, en over zijn eigen achtergrond, kindertijd, de vormende jaren aan de universiteit waar zijn politieke activisme een aanvang nam, zijn ballingschap in Canada, zijn goedlopende praktijk als advocaat en over Raila Odinga. Dit boek, Peeling back the mask, a quest for justice in Kenya verscheen in juli 2012. Het is explosief materiaal, want Odinga is niet alleen de huidige premier, hij is ook presidentskandidaat in de volgende verkiezingen. En omdat politiek hier het onderwerp van de dag is, wordt alles wat er over de presidentskandidaten wordt gezegd en geschreven onder een vergrootglas gelegd. Zeker als het om kritiek gaat. En Miguna Miguna heeft kritiek en een zeer scherpe pen. Zijn boek is onthullend, zijn oordeel vernietigend: Raila Odinga maakt zich schuldig aan corruptie en nepotisme en is bovendien totaal ongeschikt als leider. Het wat agressievere deel van Odinga’s achterban zag deze aantijgingen kennelijk als een aanleiding voor intimidatie met de vuist. Zie daar de man zonder schoen die vast kwam te zitten in zijn hotel. Odinga op zijn beurt, liet na om zich van deze aanvallen te distantiëren, of ze te veroordelen. Dat geeft te denken. 


Lees de rest van dit artikel »

De taal van intimiteit

‘Wij zijn op zoek naar nieuwe literaire vormen om de hedendaagse realiteit van Nairobi en andere Afrikaanse steden te vangen. In de jaren 60 en 70 was dat de roman, maar deze tijd vraagt om vernieuwing, om vormen waarin tekst, beeld, gesproken woord en muziek samengaan. Dat kan een graphic novel zijn, een film, of een boek. Hiphop is een goed voorbeeld.’ Uitgever en schrijver Billy Kahora vertelt over de gedachte achter het Kwani? Manuscript Project, dat begin dit jaar werd gelanceerd: zend uw ongepubliceerde manuscript in, er zijn geldprijzen te winnen en er wordt gepubliceerd. Een paar voorwaarden: aantal woorden tussen de 45.000 en de 120.000; minstens een van ’s auteurs ouders is van Afrikaanse komaf; het manuscript moet zijn geschreven in het Engels, of Englishes.

Die term ‘Englishes’ fascineert mij. Is het vergelijkbaar met Sheng? Zou ik een boek in Englishes begrijpen? Ik vraag het aan Billy Kahora. ‘Sheng is een straattaal, een mix van Swahili, Engels en stammentalen met het Swahili als grondtaal. Englishes is eenzelfde soort mix, maar dan met het Engels als basis.’ Talen als Sheng en Englishes vertellen veel over een metropool als Nairobi, een stad waar miljoenen mensen wonen die zich Keniaan voelen, maar ook Kikuyu, Luo, Afrikaan, of Aziaat, inwoner van Nairobi, maar ook van een bepaalde wijk of blok. Deze verschillende identiteiten manifesteren zich sterk in de talen die worden gesproken. Want Engels en Swahili zijn dan wel de officiële talen van Kenia, tegelijkertijd klinkt er op straat Kikuyu, Luo, Gujarati of Sheng. Bovendien is lang niet iedereen in Kenia het Swahili machtig. Of het Engels. Of de eigen stammentaal. Daardoor komt het steeds vaker voor dat kinderen en jongeren die in Nairobi zijn geboren nauwelijks nog met hun eigen grootouders, die op het platteland wonen, kunnen communiceren. Deze citykids, zoals ze worden genoemd leren Swahili en Engels op school, maar hun grootouders in het dorp spreken vaak alleen de stammentaal. Zo verandert binnen twee generaties de taal die in een familie wordt gesproken.

Billy Kahora

Billy Kahora

Lees de rest van dit artikel »

Zeven bijzondere boekwinkels in Nairobi

Savani's book center

Savani’s book center

%d bloggers liken dit: