nairobi-boek-blog

Categorie: Schrijvers

Woman of Africa

‘Ik moedig studenten aan om niet te filosoferen tijdens mijn colleges. Wat wij hier leren zijn analytische vaardigheden om naar literatuur te kijken.’ Het is zaterdag, kwart over elf in de ochtend. Ik zit in een collegezaal. Grijs linoleum op de vloer. Gebroken witte gordijnen met blauw motief hangen naast de getraliede ramen. Een zwart schoolbord met daarvoor een wit bord. ‘Beiden zonder wisser,’ merkt professor L. op. Een student vist een zakdoekje uit zijn tas en loopt naar voren om het witte bord schoon te vegen. Op de Universiteit van Amsterdam, waar ik het grootste deel van mijn kennis over universiteiten en de interactie tussen student en professor heb opgedaan, zou de professor het zakdoekje met een beetje geluk vanaf een collegebank krijgen toegeworpen.

Om mij heen zitten zo’n vijftien studenten. Iedereen stelt zich voor. Caroline, Joseph, Faith, communicatie, psychologie, of Engels. Ik schat ze maximaal begin twintig. Alleen Julianne is wat ouder. Ze heeft kinderen die thuis komen met verhalen over facebook en twitter. Julianne begrijpt niet waar ze het over hebben en besloot te gaan studeren. Om de wereld van haar kinderen te leren begrijpen. Professor L. knikt. Híj ging studeren omdat hij een auto wilde hebben.  

Going-Down-River-Road-

Lees de rest van dit artikel »

De schrijver en de woestijn

Woestijn, clans, water en kamelen, wraak, conflict, belediging en verzoening. Het zijn de ingrediënten van een van de grootste gedichtencycli in Somalië, Guba. Gedurende dertig jaar stuurden dichters uit verschillende clans gedichten naar elkaar, waarin ze elkaar beledigen en verwensen, oproepen tot oorlog en moord, maar ook tot vrede en verzoening. En het bleef niet bij woorden, want er werd gevochten, gedood en vrede gesloten, gedurende die dertig jaren. Allemaal naar aanleiding van gedichten. 

‘Somalië is een land van poëzie,’ vertelt Sayadin Hersi. ‘Het is een heel verfijnde manier van communiceren, een soort discussie of debat, maar ongelooflijk ontroerend. De traditionele gedichten hebben een vast verloop met een introductie, een bespreking van het onderwerp en een conclusie; op een melodie die kenmerkend is voor een individuele dichter. Ze worden op zo’n manier geschreven dat je ze makkelijk kunt onthouden, tenminste als je geoefend bent. We hoefden een gedicht maar een paar keer te horen, om ze uit het hoofd te kennen. Terwijl het lange epische teksten waren. De combinatie van inhoud, metrum en melodie is zo sterk dat bepaalde passages altijd in je hoofd blijven zitten. Zelfs nu nog, als iemand zich bijvoorbeeld hypocriet gedraagt, dan komt er een bepaalde strofe uit een gedicht dat ik als kind leerde, naar boven.’

Sayadin Hersi

Sayadin Hersi

Lees de rest van dit artikel »

Piraterij en de literaire orde

River Road is een straat met hoeren, afgetrapte hostels en ontelbaar veel winkeltjes. In duistere drankholen koop je voor wat shillingen bier, of shanga, een zelfgestookt brouwsel dat je bij overconsumptie nog ouderwets het licht in de ogen kost. De straat loopt dwars door het stadscentrum en is een plek waar je volgens Stanley Gazemba geen vragen moet stellen. Gazemba (1974) is schrijver, recensent en tuinman; van hem hoor ik voor het eerst over boeken die illegaal worden gedrukt en voor bodemprijzen worden verkocht. Gazemba gaf zijn debuutroman The Stone Hills of Maragoli uit in eigen beheer, won er de belangrijkste literaire prijs van Kenia mee en is een van de meest veelbelovende Keniaanse schrijvers van dit moment. Bij zijn inspanningen om zijn debuut in de schappen van de boekhandel te krijgen, ontdekte hij dat de boekenbranche was vergeven van graaiers. Hij verkocht zijn gehele eerste oplage, maar de drukker, de inkoper, en de boekverkoper eisten allemaal zo’n groot deel van de opbrengst dat er uiteindelijk niets voor de auteur overbleef. Voor de meeste Kenianen is een boek uit de boekwinkel een onbetaalbaar luxeartikel. De markt voor goedkope kopieën is daarom zeer lucratief. En River Road blijkt het epicentrum van die piratenhandel.

Vragen stellen doe ik dan ook niet als ik er samen met vriend R rondloop. Straat en stoep wemelen van auto’s, matatu’s, en mensen. Dit deel van de stad heet het Central Business District. Niemand woont er permanent, er wordt handel gedreven. In de ene straat is de middenstand gespecialiseerd in printpapier, pennen en schriften; ergens anders verkoopt winkelier na winkelier gereedschap en huishoudelijke artikelen en om de hoek domineren de boekhandelaren. Hoog opgestapeld in de kioskachtige winkels liggen voornamelijk schoolboeken in de schappen. De verkoper en zijn waar houden zich op achter traliewerk. Nairobbery.

Maar ook op de stoepen ligt allerlei leeswaar uitgestald. Stoffige, beduimelde meerdehands schoolboeken, bijbels en internationale bestsellers. Als vriend R vraagt hoe het zit met de illegale kopieën lacht een van de straatverkopers en wijst naar een steegje. We komen uit op een kleine binnenplaats. Mijn blik valt op een bedrijfspand waarvan de deuren wijd open staan. Binnen zie ik een enorme machine, ervoor stapels vers gedrukte boeken. Een paar panden verderop hetzelfde tafereel. En nog een en nog een. Hier gebeurt het dus: self publishing in Nairobi. En het ziet er eigenlijk nogal gewoon uit. Wat waarschijnlijk meestal het geval is bij illegale praktijken. Toch heb ik niet de moed om naar binnen te wandelen voor een klein interviewtje. Ik ken de codes niet.  

Lees de rest van dit artikel »

Het big man syndroom

Een krantenfoto toont een verschrikte man op een trottoir, er wordt aan hem getrokken, het tafereel maakt een chaotische indruk. Zijn witte hoofddekseltje werd hem van het hoofd geslagen en hij verloor zijn linkerschoen, aldus het onderschrift. Achtergebleven op de trappen van het Castle Royal Hotel in Mombasa, zo stel ik mij voor. De liften deden het niet, dus hij snelde met zijn belagers op de hielen, de trap af, de stoep op, naar een auto. Die hij nooit bereikte omdat de meute niet wilde wijken. Terug het hotel in, naar het casino. Ook in Kisumu werd hij uitgejouwd en aangevallen. Op andere plekken werd hij ontvangen als een held. En dat allemaal om een boek. Over goede publiciteit gesproken. DWDD en Pauw & Witteman zouden om hem vechten.

Miguna Miguna, zijn naam klinkt als een bezwering, was een van de belangrijkste adviseurs van premier Raila Odinga, totdat hij een jaar geleden in ongenade viel. Hij besloot een boek te schrijven over zijn ervaringen in de politiek, en over zijn eigen achtergrond, kindertijd, de vormende jaren aan de universiteit waar zijn politieke activisme een aanvang nam, zijn ballingschap in Canada, zijn goedlopende praktijk als advocaat en over Raila Odinga. Dit boek, Peeling back the mask, a quest for justice in Kenya verscheen in juli 2012. Het is explosief materiaal, want Odinga is niet alleen de huidige premier, hij is ook presidentskandidaat in de volgende verkiezingen. En omdat politiek hier het onderwerp van de dag is, wordt alles wat er over de presidentskandidaten wordt gezegd en geschreven onder een vergrootglas gelegd. Zeker als het om kritiek gaat. En Miguna Miguna heeft kritiek en een zeer scherpe pen. Zijn boek is onthullend, zijn oordeel vernietigend: Raila Odinga maakt zich schuldig aan corruptie en nepotisme en is bovendien totaal ongeschikt als leider. Het wat agressievere deel van Odinga’s achterban zag deze aantijgingen kennelijk als een aanleiding voor intimidatie met de vuist. Zie daar de man zonder schoen die vast kwam te zitten in zijn hotel. Odinga op zijn beurt, liet na om zich van deze aanvallen te distantiëren, of ze te veroordelen. Dat geeft te denken. 


Lees de rest van dit artikel »

De taal van intimiteit

‘Wij zijn op zoek naar nieuwe literaire vormen om de hedendaagse realiteit van Nairobi en andere Afrikaanse steden te vangen. In de jaren 60 en 70 was dat de roman, maar deze tijd vraagt om vernieuwing, om vormen waarin tekst, beeld, gesproken woord en muziek samengaan. Dat kan een graphic novel zijn, een film, of een boek. Hiphop is een goed voorbeeld.’ Uitgever en schrijver Billy Kahora vertelt over de gedachte achter het Kwani? Manuscript Project, dat begin dit jaar werd gelanceerd: zend uw ongepubliceerde manuscript in, er zijn geldprijzen te winnen en er wordt gepubliceerd. Een paar voorwaarden: aantal woorden tussen de 45.000 en de 120.000; minstens een van ’s auteurs ouders is van Afrikaanse komaf; het manuscript moet zijn geschreven in het Engels, of Englishes.

Die term ‘Englishes’ fascineert mij. Is het vergelijkbaar met Sheng? Zou ik een boek in Englishes begrijpen? Ik vraag het aan Billy Kahora. ‘Sheng is een straattaal, een mix van Swahili, Engels en stammentalen met het Swahili als grondtaal. Englishes is eenzelfde soort mix, maar dan met het Engels als basis.’ Talen als Sheng en Englishes vertellen veel over een metropool als Nairobi, een stad waar miljoenen mensen wonen die zich Keniaan voelen, maar ook Kikuyu, Luo, Afrikaan, of Aziaat, inwoner van Nairobi, maar ook van een bepaalde wijk of blok. Deze verschillende identiteiten manifesteren zich sterk in de talen die worden gesproken. Want Engels en Swahili zijn dan wel de officiële talen van Kenia, tegelijkertijd klinkt er op straat Kikuyu, Luo, Gujarati of Sheng. Bovendien is lang niet iedereen in Kenia het Swahili machtig. Of het Engels. Of de eigen stammentaal. Daardoor komt het steeds vaker voor dat kinderen en jongeren die in Nairobi zijn geboren nauwelijks nog met hun eigen grootouders, die op het platteland wonen, kunnen communiceren. Deze citykids, zoals ze worden genoemd leren Swahili en Engels op school, maar hun grootouders in het dorp spreken vaak alleen de stammentaal. Zo verandert binnen twee generaties de taal die in een familie wordt gesproken.

Billy Kahora

Billy Kahora

Lees de rest van dit artikel »

Zeven bijzondere boekwinkels in Nairobi

Savani's book center

Savani’s book center

The poster boy of Kenyan literature

Het is donker en desolaat en ik vraag me hardop af of we wel op de goede plek zijn. ‘Don’t worry,’ zegt Patrick, onze chauffeur, ‘I know where we’re going.’ We rijden over een onverharde weg met diepe kuilen, passeren een gammel ijzeren hek en links doemt een kerkhof van afgedankte treinstellen op. Als vriendin M en ik uitstappen worden we door bewakers de goede richting op gewezen. De hemel is zwart en er hangt regen in de lucht. In de verte klinkt muziek, er doemt een podium op dat door felle spotlights wordt verlicht. We lopen over grind, bielzen en oude treinrails, een in onbruik geraakt rangeerterrein dat vol staat met locomotieven uit de tijd dat de East African Railway werd aangelegd: van Mombasa, door Tsavo, via Nairobi naar Kampala. Geen ongevaarlijke klus voor de arbeiders. Tientallen vonden er de dood; niet door gebrek aan eten, of dorst, maar door  de leeuwen die hen uit de wagons trokken en opvraten: de ‘Man eaters of Tsavo’.

Deze avond heeft evenwel weinig te maken met treinen, leeuwen, of anekdotes uit vervlogen tijden. Vanavond gaat het om het moderne Kenia. Er lopen fotografen rond, camera’s draaien. Ik zie acteurs, schrijvers en muzikanten. Hoge hakken, beautiful people, een DJ en enorme flatscreens. Het is hier hip, hot en happening. Via facebook meldden zich bijna 300 mensen aan. We zijn in het Railway Museum bij de boekpresentatie van One day I will write about this place, de memoir van Binyavanga Wainaina.

Binyavanga Wainaina signing his book

Lees de rest van dit artikel »

Brood, meisjes en boeken

Een klassiek gecomponeerde roman die associaties oproept met het negentiende-eeuwse naturalisme van een schrijver als Zola. The Stone Hills of Maragoli van Stanley Gazemba vertelt het verhaal van de neergang van Ombina, een arme theeplukker, getrouwd en vader van twee kinderen. In de openingsscène is hij in het schemerduister onderweg naar de groentetuin van zijn baas. Ombina is zenuwachtig, want vandaag zal hij voor het eerst in zijn leven stelen. ‘Not money, not silver. He was going to steal food. Plain life-sustaining food, and it weighed him down with such shame he could hardly keep his head straight.’

Stanley Gazemba

Stanley Gazemba

Literaire Prijs
Stanley Gazemba (1974) heeft verschillende boeken op zijn naam staan, waaronder The Stone Hills of Maragoli, zijn debuut waarmee hij de Jomo Kenyatta Prize for Literature won. Deze prachtige, originele roman is een liefdesgeschiedenis met als decor het dorpsleven in het rurale westen van Kenia, ver van het moderne stadsleven. Het dorp waarin Gazemba zelf opgroeide en de mensen die daar woonden vormden zijn inspiratie. Zijn personages wonen met koe en kippen in kleine hutten die zijn doortrokken van de rook van de houtvuurtjes waarop wordt gekookt. Armoede is een constante factor waaraan bijna niet te ontsnappen is. ‘Maar armoede definieert niet wie je bent,’ zegt Gazemba, ‘je kunt denken: ik ben arm, dus ik ben een loser. Je kunt ook proberen er iets aan te doen.’  

Lees de rest van dit artikel »

Moord in Nairobi

Afrikaanse crime is in. En Scandinavische crime is uit. Zoiets las ik een tijdje geleden in een artikel getiteld ‘All Hail the African Renaissance’ . Waarom het Afrika of Scandinavië moet zijn is mij niet helemaal duidelijk. En dat Afrikaanse crime zo’n succesvol genre is had ik helemaal gemist. Maar ik sta dan ook aan het begin van mijn ontdekkingsreis van de hoogte – en dieptepunten van de Afrikaanse literatuur. Tijdens mijn volgende bezoek aan boekhandel de Bookstop zag ik Nairobi Heat van de in Amerika wonende Keniaanse schrijver Mukoma wa Ngugi bij de kassa liggen. Titel en omslag konden maar een ding betekenen: crime. Ik schoof mijn literair verantwoorde stapeltje boeken (met gedateerde, onaantrekkelijke voorkanten) die ik net had uitgezocht aan de kant, pakte Nairobi Heat op en keek vragend naar boekhandelaar Chan. Die  misprijzend zijn hoofd schudde. ‘Not for you,’ zei hij, ‘you won’t like it.’ Ik twijfelde: toch kopen betekende ernstige reputatieschade. Voor zo’n 25 euro. Terwijl ik juist zo’n aangename verstandhouding met deze lokale boekenpaus had opgebouwd. Gedreven door ijdelheid legde ik Nairobi Heat weer weg en rekende de andere boeken af.

Maar ik wilde het boek toch hebben. Net voor kerst bestelde ik het dus bij de zelfhulpboekhandel om de hoek. En een week geleden heb ik het eindelijk bemachtigd. Niet omdat die bestelling aankwam, maar omdat ik het van S, een nieuwe Nairobi immigrant kon lenen. Gekocht via bol.com en meegenomen uit Nederland.  Zo kun je dus ook aan je Afrikaanse lectuur komen.

photo by david mariampolski

photo by david mariampolski

Terwijl ik op het terras van Artcaffé zit te wachten op mijn lunchafspraak, lees ik over de Afro-Amerikaanse politieman Ishmael die naar Nairobi is gekomen om een zaak op te lossen. Er wordt lekker veel geschoten en Ishmael heeft zojuist samen met zijn Keniaanse collega O een meisje gered dat werd verkracht in een hut in sloppenwijk Mathare (niet dat dat iets met de zaak waar hij aan werkt te maken heeft, maar een damsel in distress laat je natuurlijk niet gillen). Als mijn Keniaanse vriendin J aankomt, blijkt ze een nogal eigenaardige week achter de rug te hebben. Haar buurvrouw was een paar dagen geleden dood in haar appartement gevonden. J kende haar een beetje, ze leenden wel eens dvd’s van elkaar. Eerst werd aangenomen dat het zelfmoord was. Ze lag dood in bed en er waren geen sporen van geweld. Maar uit de lijkschouwing bleek later dat ze was gewurgd.

Lees de rest van dit artikel »

De housegirl

Mijn aandacht wordt getrokken door een vette kop: Look at how far this former housegirl has come. Ik blader door de Daily Nation, een van de grootste kranten van Kenia. Het is een interview met Eva Kasaya over haar boek Tale of Kasaya, waarvoor zij een paar weken geleden de Jomo Kenyatta Prize for Literature ontving. In de boekhandel kan ik nog net het laatste exemplaar bemachtigen. ‘Everybody is talking about it these days,’ zegt eigenaar Chan terwijl ik afreken.

Eva Kasaya is 32 jaar. Het boek dat zij schreef is het persoonlijke verslag van haar bestaan als housegirl, een leven zoals dat door duizenden Keniaanse meisjes en vrouwen wordt geleefd. Want een groot deel van de mensen in dit land, arm of rijk heeft een full time (en vaak inwonende) housegirl, een huishoudelijke hulp. Nederlanders hebben soms al allerlei meningen over het inhuren van een werkster voor een paar uur per week. Maar hier is een hulp volstrekt normaal en in veel gevallen zelfs noodzakelijk. Want kinderdagverblijven of buitenschoolse opvang bestaan hier niet, dus wie zorgt er anders voor je kinderen?

Lees de rest van dit artikel »

%d bloggers like this: