De housegirl

door Carien Westerveld

Mijn aandacht wordt getrokken door een vette kop: Look at how far this former housegirl has come. Ik blader door de Daily Nation, een van de grootste kranten van Kenia. Het is een interview met Eva Kasaya over haar boek Tale of Kasaya, waarvoor zij een paar weken geleden de Jomo Kenyatta Prize for Literature ontving. In de boekhandel kan ik nog net het laatste exemplaar bemachtigen. ‘Everybody is talking about it these days,’ zegt eigenaar Chan terwijl ik afreken.

Eva Kasaya is 32 jaar. Het boek dat zij schreef is het persoonlijke verslag van haar bestaan als housegirl, een leven zoals dat door duizenden Keniaanse meisjes en vrouwen wordt geleefd. Want een groot deel van de mensen in dit land, arm of rijk heeft een full time (en vaak inwonende) housegirl, een huishoudelijke hulp. Nederlanders hebben soms al allerlei meningen over het inhuren van een werkster voor een paar uur per week. Maar hier is een hulp volstrekt normaal en in veel gevallen zelfs noodzakelijk. Want kinderdagverblijven of buitenschoolse opvang bestaan hier niet, dus wie zorgt er anders voor je kinderen?

Eva groeit op als derde dochter in een arm Luhya gezin op het platteland in het westen van Kenia. Haar vader is plukker op een koffieplantage en haar moeder verdient wat bij met het omspitten van landbouwgrond. Op school wordt er geslagen. Een van haar oudere zussen raakt zwanger. Er is honger. De kinderen slapen op met gras gevulde zakken op de grond. Tijdens een hongersnood huwelijkt een buurman zijn jonge tienerdochter uit aan een man van een andere stam, van de bruidsschat kan hij eten kopen. Het is een bar bestaan.

Als Eva’s ouders geen geld hebben om haar naar de middelbare school te sturen, besluit ze een baan als housegirl te zoeken. Ze komt terecht bij een familie in een nabijgelegen dorp, waar ze 300 shilling per maand verdient. Ik kan de koers van die tijd niet achterhalen, maar nu, ongeveer 18 jaar later, staat dat gelijk aan tweeënhalve euro. Iedere dag loopt Eva in het donker een kilometer naar de rivier om water te halen. Ze zorgt voor de kinderen, wast luiers en kleren, maakt schoon, kookt. Na een jaar is ze uitgeput en kan ze een baan krijgen in Nairobi, net zoals de meisjes uit haar dorp tegen wie ze opkijkt. ‘Whenever they came back to the village to visit, I stared at them. They looked so pretty – brown and healthy with plaited hair and good clothes. That was the kind of life I wanted.

Eva vertrekt naar Nairobi en haar droom lijkt werkelijkheid te worden. Maar ze komt bij een familie in Kibera terecht, de grootste sloppenwijk van de stad. De schok is enorm voor het meisje dat opgroeide op het platteland, waar weliswaar bittere armoede heerste, maar waar ook ruimte was, en stilte.
On either side of the path were mud houses not a meter apart. Some were joined in a long row. The roofs were rusted, and several were almost falling in. Between two of the houses I saw a child defecate in front of a woman who was selling vegetables and fried fish. The woman continued tying the vegetables in bundles as if nothing was happening.
Mensen schreeuwen tegen elkaar, uit alle hoeken klinkt muziek, en zelfs het geluid van voetstappen op de grond lijkt te worden versterkt. Ook de geuren zijn overweldigend: gebakken vis, chapati, riool.

Patrick, haar werkgever verkoopt tweedehands kleren langs de kant van de weg en woont met zijn vrouw in een huisje van een paar vierkante meter. Eva slaapt naast hen in een houten stoel zonder kussens. Ze weigeren haar salaris uit te betalen. Als Patrick haar op een avond aanrandt en in elkaar slaat, vertrekt Eva. Er volgen andere families, die het economisch weliswaar iets beter hebben, maar steeds wordt ze slecht behandeld.

Ik ben vanaf de eerste bladzijde volledig gefascineerd door dit boek. Het is goed geschreven, beschouwend en toch persoonlijk. Wat Tale of Kasaya vooral zo intrigerend maakt, is dat het de wereld van pure armoede beschrijft. Een wereld waar ik geografisch gezien bijna middenin leef: op nog geen kilometer afstand van mijn huis ligt Kawangware, een immense sloppenwijk. Ik zie iedere dag tientallen mensen die in grote armoede leven en ook ik heb een hulp. Maar ook al ben je in een sloppenwijk, praat je met mensen, ruik je riool, zweet en ongewassen kleren, er zit een gapend gat tussen die wereld en de mijne. Geen geld om naar school te gaan, dag in dag uit met liters water sjouwen, klappen, seksueel geweld, honger, pijn van de moeheid. Ik kan proberen mij daar een voorstelling van te maken, maar zal nooit weten hoe dat werkelijk voelt. Met Tale of Kasaya geeft de schrijfster iemand van mijn kant van dat gat de kans om die wereld heel even door haar ogen te beleven, om zo een glimp op te vangen van het leven van de mensen aan de andere kant.

Tale of Kasaya van Eva Kasaya verscheen in 2010 bij Kwani?
Lees hier het interview met Eva Kasaya in de Daily Nation