Ships in High Transit een kort verhaal van Binyavanga Wainaina

door Nairobi-boek-blog

Tussen de stapels in plastic verpakte boeken in The Bookstop in Yaya Center, zie ik The Granta Book of the African Short Story liggen. Als ik Chan, de boekhandelaar vraag of het een aanrader is zegt hij ‘Oh yes, its a wonderful collection, look who’s in it.’ Zijn wijsvinger glijdt langs de lange rij namen op de flap, Leila Aboulela, Dambudzo Marechera, Maaza Mengiste, Olufemi Terry. Wonderful? Ik heb geen idee. Ik ken er slechts een handvol. Maar juist daarom is een bundel als deze precies waar ik naar op zoek ben.

Ik begin met een verhaal van Binyavanga Wainaina, die deze zomer na het verschijnen van zijn in Kenia langverwachte debuutroman werd omarmd door Oprah. Wainaina is de darling van de hedendaagse literaire wereld van Kenia. Hij won in 2002 de Caine Prize for African Writing, waarna hij het literaire tijdschrift Kwani? oprichtte. Sindsdien zijn er van zijn hand een aantal korte verhalen en een paar essays gepubliceerd, waarvan How to write about Africa het bekendste is. Hij wordt hier gezien als de twinkelende ster aan het literaire firmament en de meeste mensen krijgen een wat omfloerste blik in hun ogen als zijn naam valt. ‘Binyavanga is amazing,’ zucht mijn Keniaanse kennis A als ik haar naar hem vraag.

Ships in High Transit gaat over een stel Kenianen die in de toeristenindustrie werken. Zij hebben een zwendeltje opgezet met verzonnen Maasai mythes als belangrijkste marketing tool. De hoofdpersonen filosoferen over westerse vrouwen die zij op het strand versieren. ‘I am a savage who understands only blood and strength. Will you save me with your tenderness? Send me money to keep my totem alive: if my totem dies, my sex power dies baby. Did you send the invitation letter to immigrations?’ Corinne Hofmann, de auteur van The White Masai zou er wel raad mee weten.

Mij doet het verhaal denken aan de laatste keer dat ik aan de kust bij Mombasa was, met vriendin M. Onze taxichauffeur wilde ons wel even wat Swahili leren. Het derde woord was ‘kont’ en het vierde ‘tieten’. Zoiets. Ik ben toen maar over de kerk begonnen en het belang van het geloof voor veel Kenianen. Er was verder niet zoveel aan de hand, maar wat denken figuren á la deze taximan eigenlijk over alleen reizende blanke vrouwen? Dat ze graag naar dit soort praatjes luisteren en uit zijn op seks met een beach boy? En wat denken wij over dit soort mannen?

Ships in High Transit gaat over percepties van de ander. En zo goed en kunstig als het verhaal is geschreven, zo ongenuanceerd is het zijn portrettering van westerlingen. Verpakt in mooie formuleringen, en erg geestig, dat dan weer wel, althans soms. Want de eerst zin van het verhaal ‘Stupid Japanese tourist.’ is eigenlijk veelzeggend. Aan het woord is Matano, een tourguide die filosofie heeft gestudeerd en droomde over een mastertitel en lesgeven, ‘somewhere where people fly on the wings of ideas’. Maar hij werd verleid door de fooien van de toeristen, de eindeloze stroom van dollars naar zijn portemonnee en die gedroomde toekomst bleef uit.
‘He has seen them all. He has driven feminist female genital mutilation crusaders, cow-eyed nature freaks, […] hordes of NGO folk: foreigners who speak African languages and wear hemp or khaki. Dadaab chic.
Not one of them has ever been able to see him for what is presented before them. He is, to them, a symbol of something.’
Tsja, vervelend voor hem, maar het lijkt mij ook knap lastig. Je wordt door een meneer rondgegidst die een gesjeesde filosofiestudent blijkt te zijn. Hoe moet je dat precies zien? En wie of wat ziet deze Matano zelf eigenlijk? Een ‘stomme Japanse toerist’, een ‘cow eyed nature freak’. Hoe leer je de ander kennen? Wainaina schrijft er weinig genuanceerd over.

Toch vind ik Binyavanga Wainaina een ontdekking. Zeker na de nauwelijks literair te noemen autobiografische fictie van sommige hedendaagse Afrikaanse auteurs die ik tot nu toe heb gelezen. Zijn stijl is verbluffend. Hij houdt van taal, is verliefd op woorden. Zijn zinnen zijn sprankelend, kunstig. Er zit ritme in, grapjes, snelheid en een goede spanningsboog. Het is een van de beste korte verhalen die ik de laatste tijd heb gelezen, tenminste, als je kijkt naar dit soort stilistische en technische aspecten. Maar tegelijkertijd zitten die vooringenomenheid en de kromme redeneringen van zijn personages me dwars.

De samensteller van The Granta Book of the African Short Story heeft bewust gekozen voor verhalen van jonge Afrikaanse schrijvers, hij noemt hen de ‘post nationalistische generatie’. En op de achterflap staat een citaat van een van de andere auteurs: ‘If you are a writer for a specific nation or a specific race, then f*** you’ . Met deze woorden in gedachten vraag ik me af hoe ik dit verhaal van Binyavanga Wainaina moet interpreteren. Het is niet nationalistisch in politieke zin, maar op een andere manier wel. Het bakent af en kadert in. Het is Afrika versus de rest. Of misschien heeft hij het allemaal wel niet zo bedoeld en ontgaat mij gewoon de ironie.