Mijn eerste Ben Okri
door Nairobi-boek-blog
De parkeerplaats van het festival is vol, ik moet mijn auto dus verderop parkeren op het terrein van de Railway Club, een vervallen bakstenen gebouw uit de koloniale tijd, een van de weinigen in zijn soort in het Nairobi van 2011. Ik ben ongeduldig, want veel te laat. De man die zich uitgeeft als de eigenaar van deze parkeerplaats troggelt mij en passant 100 shilling af en meldt dat zijn parkeerplaats dat dubbel en dwars waard is, er zijn immers ook bewakers aanwezig. En inderdaad, als ik heel goed kijk, zie ik ergens in de verre verte een man in een uniform. Hij zit onderuit gezakt op een muurtje. Met zijn rug naar de parkeerplaats toe. En staart naar het reuzenrad op het aanpalende plot. Naast mijn auto zit een gat in de heg waardoor allerlei volk naar binnen loopt. Ach wat, jat dat ding maar. Ik heb belangrijker dingen te doen. Ik ben onderweg naar Ben Okri.
De Nigeriaanse schrijver Ben Okri, die in 1991 de Booker Prize won met The Famished Road, is de ster van het StorymojaHayfestival 2011. Ik heb hem de hand geschud tijdens het openingsdiner. En op de eerste dag van het festival zag ik hem steeds heen en weer wandelen tussen de tenten. Zwarte broek, wit overhemd, zwarte baret en een ringbaardje. Als ik de tent heb gevonden waar hij die middag optreedt (ik ben inmiddels een half uur te laat), blijk ik precies op tijd te zijn.
Ik vind een lege stoel dichtbij het podium, voor in de oververhitte ruimte. Ben Okri heeft weer die baret op. Warme dracht voor nog geen 200 kilometer onder de evenaar. Maar dan valt mijn blik op een dame uit het publiek die haar lokken in een wollen sjaal op haar hoofd heeft gewikkeld. En ik denk aan al die pruiken die hier in de supermarkt over de toonbank gaan. Negen pruiken? Een beetje Keniaanse vrouw heeft iedere week ander haar. En terwijl ik verder mijmer over de man in het donsjack die ik zojuist op straat passeerde, en de baby met gebreide bivakmuts die in de brandende zon in een synthetische deken op de rug van zijn moeder werd rondgedragen, pakt Ben Okri een stapeltje boeken uit zijn tas en stelt de interviewer voor dat hij begint met een gedicht.
Voordat Ben Okri begint met voorlezen, legt hij uit dat hij ons wil meenemen naar miljoenen jaren geleden, het moment dat de mens voor het eerst een steen gebruikte als gereedschap. En dan leest hij zijn gedicht ‘Solidified volcanic lava’. Met een harde stem en lange tussenpozen tussen de zinnen. Een totaal andere stem dan die waarmee hij antwoord geeft op de vragen van de interviewer en het publiek.
We have broken the night.
The night yields within the rock.
Night leaps out from our hands.
The night has left the sky
As fire and power in our hands.
As a strong shape.
The night is ours at last.
Ik ben gefascineerd door die zinnen, de cadans, de thematiek. En in de anderhalf uur die daarop volgt raak ik steeds meer geïntrigeerd door deze schrijver, van wie ik nooit iets heb gelezen en van wie ik eigenlijk niet meer weet dan een paar erg basale feiten: Nigeriaanse schrijver, Booker Prize-winnaar, zijn bekendste boek, The Famished Road wordt bejubeld of gehaat. Veel mensen zijn er in begonnen, en veel hebben het weggelegd. In de loop van de middag begint Ben Okri daar ook over. En hij raadt degenen aan die het (nog eens) willen proberen, het boek met rust te lezen. ‘Het heeft mij heel veel tijd gekost om de juiste manier te vinden om over de Afrikaanse realiteit waarin veel onzichtbaar is te schrijven, om betekenis te geven aan de volheid van het universum, zonder alles letterlijk uit te leggen. En daarom is het begin van het boek zo belangrijk, het is de sleutel tot het boek.’ Hij leest de eerste zinnen twee keer voor. ‘In the beginning there was a river. The river became a road and the road branched out to the whole world. And because the road was once a river it was always hungry.’ Weer die luide stem. De tweede keer leest hij het een stuk zachter. Ben Okri: ‘Door dit begin weet je dat je in een andere wereld komt, een wereld van poëzie, een wereld van rivieren. Een rivier betekent ruimte, vrijheid, beweeglijkheid. En daarom moet je The Famished Road met heel veel rust en aandacht lezen, om te luisteren naar de ziel. Je moet het niet alleen met je ogen lezen, maar ook met je onderbewuste. Het is een tekst tussen proza en poëzie.’
Al die mensen die aan het boek begonnen en het na enkele tientallen pagina’s weglegden; die arme mensen dachten gewoon een roman te lezen, maar begonnen in werkelijkheid volstrekt onvoorbereid aan het ontcijferen van een mythische code. Die lezers hadden natuurlijk geen schijn van kans. Ik daarentegen, heb nu goud in handen. Met de instructie van de schrijver zelf, heb ik de sleutel tot dit werk dat door minder ingelichte zielen als onleesbaar werd afgedaan. Maar, het lijkt me echt een project voor een rustige tijd, dus ik besluit eerst maar eens een bundel met verhalen en gedichten aan te schaffen.
Terwijl ik die avond bij Spring Garden op mijn afhaalchinees zit te wachten, vis ik Tales of Freedom van Ben Okri uit mijn tas en begin rustig en met aandacht te lezen.
‘Old Man and Old Woman sat in the forest. Pinprop sat at their feet. They were in a clearing. They listened to the footsteps running in their direction, and to a siren wailing in the distance. After a while the footsteps receded.
Old Man and Old Woman were silent. They sat behind a table. Pinprop sat in front. Every now and again Pinprop looked to the left and then to the right. He put his ear to the ground. He grinned.’
Wie of wat is Pinprop? Ik blader verder in het boek, even een ander gedicht lezen. Zou het aan mijn Engels liggen? Tot mijn schrik zie ik Old Man, Old Woman en Pinprop op bijna iedere bladzijde verschijnen. In uiterst korte, cryptische zinnen. Aandacht, rust, onderbewustzijn. Ach wat, het was een lange dag. Mijn eerste Ben Okri verdwijnt weer in mijn tas, terwijl ik rond speur, opzoek naar een leesmap met slechte blaadjes. Die er niet ligt. En even verlang ik hevig naar de Chinees in mijn dorp.
Voor een mooi interview met Ben Okri over zijn nieuwe boek A Time for New Dreams, zie Granta.com

