nairobi-boek-blog

Brood, meisjes en boeken

Een klassiek gecomponeerde roman die associaties oproept met het negentiende-eeuwse naturalisme van een schrijver als Zola. The Stone Hills of Maragoli van Stanley Gazemba vertelt het verhaal van de neergang van Ombina, een arme theeplukker, getrouwd en vader van twee kinderen. In de openingsscène is hij in het schemerduister onderweg naar de groentetuin van zijn baas. Ombina is zenuwachtig, want vandaag zal hij voor het eerst in zijn leven stelen. ‘Not money, not silver. He was going to steal food. Plain life-sustaining food, and it weighed him down with such shame he could hardly keep his head straight.’

Stanley Gazemba

Stanley Gazemba

Literaire Prijs
Stanley Gazemba (1974) heeft verschillende boeken op zijn naam staan, waaronder The Stone Hills of Maragoli, zijn debuut waarmee hij de Jomo Kenyatta Prize for Literature won. Deze prachtige, originele roman is een liefdesgeschiedenis met als decor het dorpsleven in het rurale westen van Kenia, ver van het moderne stadsleven. Het dorp waarin Gazemba zelf opgroeide en de mensen die daar woonden vormden zijn inspiratie. Zijn personages wonen met koe en kippen in kleine hutten die zijn doortrokken van de rook van de houtvuurtjes waarop wordt gekookt. Armoede is een constante factor waaraan bijna niet te ontsnappen is. ‘Maar armoede definieert niet wie je bent,’ zegt Gazemba, ‘je kunt denken: ik ben arm, dus ik ben een loser. Je kunt ook proberen er iets aan te doen.’

Vlucht uit de realiteit
Zoals je kind naar kostschool sturen, wat de ouders van Gazemba deden. Anders dan de exclusieve Eton-achtige instituten voor de well to do die ik altijd met deze vorm van onderwijs associeer, heb je in Kenia kostscholen voor kinderen van alle rangen en standen. De zoon van mijn hulp gaat bijvoorbeeld naar kostschool in een dorpje een paar uur buiten Nairobi, waar de omstandigheden nogal bar zijn. De slaapzaal met honderd puberjongens in stapelbedden met drie verdiepingen waarover hij mij tijdens zijn kerstvakantie vertelde, klonk niet erg aangenaam. In de roman Tropical Fish geeft de Oegandese schrijfster Doreen Baingana eveneens een weinig aanlokkelijk beeld van het leven op kostschool in dit deel van de wereld: de straatarme leerling Mary doet als een soort bediende klusjes voor klasgenoot Linette, die haar betaalt met eten. Ook Patti, de vertelster heeft voortdurend honger. ‘My stomach growled cruelly, like a dog.’ Ze vraagt haar rijkere klasgenootje om melk voor in haar thee. ‘“Please, Linette?” My voice squeaked. She turned around, annoyed, as though I was a dirty fly she couldn’t shrug off her shoulder. “Patti, you’re always begging. Am I supposed to look after the whole dorm?”’ 

Brood
Net als Baingana beschrijft Gazemba de kostschool waar hij heen ging als een beklemmende omgeving. ‘Je dag werd geregeerd door regels en bellen, het was een soort gevangeniskamp.’ Maar het was wel die omgeving en die onaangename realiteit die hem aanzetten tot schrijven. ‘Door de boeken die ik las en de verhalen die ik schreef, kon ik in een wereld vluchten waarin ik zelf kon bepalen wat er gebeurde.’ Hij schreef  er zijn eerste boek, in een schrift, en stuurde het op naar een uitgeverij in Nairobi. Maanden later kreeg hij een afwijzingsbriefje, dat hij aan zijn vrienden liet zien, want ook al werd er niets uitgegeven, hij had een boek geschreven en correspondeerde bovendien met een uitgeverij in Nairobi. Twee wapenfeiten die hem direct al van alles opleverden: ‘Iedereen wilde met mij gezien worden en bovendien kreeg ik cadeaus, zoals brood. Het eten daar was zo vies, brood was in die tijd een waardevolle lekkernij. Jammer dat het een boys only school was, want het schrijven gaf mij aanzien. Als er meisjes in de buurt waren geweest, wie weet wat er dan allemaal had kunnen gebeuren.’ Hij lacht.  ‘Op kostschool besloot ik schrijver te worden.’

Schrijver en tuinman
Aanzien, meisjes en escapisme zijn mooie drijfveren om te beginnen met schrijven. Maar voor Stanley Gazemba is het schrijverschap een serieuze carrière. Omdat hij niet van schrijverij alleen kan leven, is hij ook tuinman. Toen hij eind jaren negentig in Nairobi aankwam werd hij in dienst genomen door de Amerikaanse journalist Susan Linnee. Overdag werkte Gazemba in haar tuin en ’s avonds schreef hij in een schrift aan zijn debuutroman. Toen Linnee erachter kwam dat hij aan een boek werkte, leende ze hem haar oude Olivetti typemachine. Bovendien voorzag ze de eerste versie van het manuscript van commentaar en mede door haar journalistieke connecties vond hij een ingang bij de Sunday Nation, de krant waarvoor hij nu boekrecensies schrijft. In september 2011 interviewde Gazemba de Nederlandse schrijver Abdelkader Benali, die in Nairobi was voor het StoryMoja Hayfestival.

Het schrijversbureau van Stanley Gazemba

Het schrijversbureau van Stanley Gazemba

Nieuwe generatie schrijvers
‘Op het moment dat The Stone Hills of Maragoli verscheen had ik het gevoel dat ik eindelijk mijn doel had bereikt.  Vanaf dat moment was ik echt schrijver. In Kenia heeft mijn generatie schrijvers  altijd het idee gehad dat we er niet toe deden. Dat veranderde toen uitgeverij Kwani? werd opgericht door Binyavanga Wainaina. Door Kwani? kwam er aandacht voor mijn generatie, en realiseerde ik me dat mijn eigen ideeën en de verhalen die ik schrijf er wel degelijk toe doen. Het schrijven is voor mij een bevrijdend proces van het vinden van mijn eigen stem, een vorm van democratisering, waarin het is toegestaan om te verwoorden wat ik denk. Natuurlijk zou ik graag een bestseller schrijven, maar naarmate ik ouder word is het schrijven voor mij vooral een manier om mij uit te spreken en iets blijvends te creëren. To leave my own footprint.’ 

Khama, het nieuwste boek van Stanley Gazemba is zojuist als ebook verschenen. Het is een historische roman, die is gebaseerd op Shaka Zulu, de staatsman die zijn kleine Zulu koninkrijk aan het begin van de negentiende eeuw wist uit te breiden tot een gebied dat een groot deel van Zuid Afrika omvatte.

Khama is verkrijgbaar via Amazon, Barnes & Noble en Synergebooks

 

De bibliotheek met de kop van een leeuw

Om mijn Keniaanse boeken leesmanie kostentechnisch een beetje in bedwang te houden, en gewoon uit nieuwsgierigheid, besloot ik vorige week een bezoek te brengen aan de McMillan Memorial Library in het centrum van Nairobi. De bibliotheek is gehuisvest in een van de weinig historische gebouwen die je hier als bezienswaardigheid zou kunnen aanmerken. In de Business Daily las ik dat het zelfs het enige gebouw in deze stad is dat een monumentachtige bescherming geniet. In een land waar architectuur een ondergewaardeerde grootheid is, is dat gegeven eigenlijk al genoeg reden tot een bezoek. Vriend A is ook van de partij, hij heeft namelijk gehoord dat op de zevende verdieping van het gebouw een ruimte is waar het originele meubilair van Karen Blixen staat opgeslagen. Bijna niemand schijnt dat te weten, dus wij vinden het op voorhand al vrij geweldig van onszelf (of laat ik hier voor mezelf spreken) dat wij over dit soort exclusieve informatie beschikken.

Het is heet en het wemelt van de mensen op stoep en straat. Uitlaatgassen. Straatstalletjes. Gat in de weg. Een stad in Afrika. Et cetera, et cetera. Ik zal het allemaal aan uw fantasie overlaten. Maar anders dan in de groene buitenwijk waar ik woon, vind je hier geen geiten op straat, dit deel van de stad is het business district en heeft een grootsteedse allure. Net als het gebouw waarin de bibliotheek is gehuisvest: fors bordes, imponerende leeuwen en een stel dikke zuilen. Binnen sta je meteen middenin een hoge, open ruimte. Met recht tegenover de ingang twee enorme slagtanden. De bibliotheek werd in 1931 gebouwd door Lucy McMillan, ter nagedachtenis van haar echtgenoot, Sir William Northrup McMillan. Deze naar verluidt boomlange Amerikaan kwam in 1901 naar Kenia waar hij land en een boerderij kocht, op neushoorns en andere wilde dieren schoot en samen met zijn vrouw een mislukte expeditie naar de oorsprong van de Blauwe Nijl ondernam. Het waarom van een bibliotheek kan ik niet goed achterhalen, wel wordt er ergens melding gemaakt van het feit dat McMillan en zijn vrouw ‘great philanthropists’ waren.

Lees de rest van dit artikel »

Moord in Nairobi

Afrikaanse crime is in. En Scandinavische crime is uit. Zoiets las ik een tijdje geleden in een artikel getiteld ‘All Hail the African Renaissance’ . Waarom het Afrika of Scandinavië moet zijn is mij niet helemaal duidelijk. En dat Afrikaanse crime zo’n succesvol genre is had ik helemaal gemist. Maar ik sta dan ook aan het begin van mijn ontdekkingsreis van de hoogte – en dieptepunten van de Afrikaanse literatuur. Tijdens mijn volgende bezoek aan boekhandel de Bookstop zag ik Nairobi Heat van de in Amerika wonende Keniaanse schrijver Mukoma wa Ngugi bij de kassa liggen. Titel en omslag konden maar een ding betekenen: crime. Ik schoof mijn literair verantwoorde stapeltje boeken (met gedateerde, onaantrekkelijke voorkanten) die ik net had uitgezocht aan de kant, pakte Nairobi Heat op en keek vragend naar boekhandelaar Chan. Die  misprijzend zijn hoofd schudde. ‘Not for you,’ zei hij, ‘you won’t like it.’ Ik twijfelde: toch kopen betekende ernstige reputatieschade. Voor zo’n 25 euro. Terwijl ik juist zo’n aangename verstandhouding met deze lokale boekenpaus had opgebouwd. Gedreven door ijdelheid legde ik Nairobi Heat weer weg en rekende de andere boeken af.

Maar ik wilde het boek toch hebben. Net voor kerst bestelde ik het dus bij de zelfhulpboekhandel om de hoek. En een week geleden heb ik het eindelijk bemachtigd. Niet omdat die bestelling aankwam, maar omdat ik het van S, een nieuwe Nairobi immigrant kon lenen. Gekocht via bol.com en meegenomen uit Nederland.  Zo kun je dus ook aan je Afrikaanse lectuur komen.

photo by david mariampolski

photo by david mariampolski

Terwijl ik op het terras van Artcaffé zit te wachten op mijn lunchafspraak, lees ik over de Afro-Amerikaanse politieman Ishmael die naar Nairobi is gekomen om een zaak op te lossen. Er wordt lekker veel geschoten en Ishmael heeft zojuist samen met zijn Keniaanse collega O een meisje gered dat werd verkracht in een hut in sloppenwijk Mathare (niet dat dat iets met de zaak waar hij aan werkt te maken heeft, maar een damsel in distress laat je natuurlijk niet gillen). Als mijn Keniaanse vriendin J aankomt, blijkt ze een nogal eigenaardige week achter de rug te hebben. Haar buurvrouw was een paar dagen geleden dood in haar appartement gevonden. J kende haar een beetje, ze leenden wel eens dvd’s van elkaar. Eerst werd aangenomen dat het zelfmoord was. Ze lag dood in bed en er waren geen sporen van geweld. Maar uit de lijkschouwing bleek later dat ze was gewurgd.

Lees de rest van dit artikel »

De buurtboekwinkel

Ik kijk wat rond in Bookwaves, de nieuwe boekwinkel in Lavington Green, het kleine winkelcentrum om de hoek. De schappen zijn gevuld met titels als Look younger for longer: Easy ways to drop a decade, op het omslag een hoogblonde dame in witte doktersjas, The babymaking bible en The 7 habits of highly effective people. Zelfhulpboeken zijn big business in Kenia. Uit de geluidsboxen klinkt de rustgevende stem van een zelfhulpgoeroe die zijn toehoorders van alles probeert in te prenten over een succesvol leven. Naast de babyboeken staat een kast die volledig is gevuld met bijbels. Precies tegenover de kassa, onmogelijk te missen.

De bijbel als Keniaanse variant op het kassakoopje. Eigenlijk verbaast mij dit niets, want Kenia is buitengewoon succesvol gekerstend. Je komt hier overal missionarissen, nonnen (met blote benen en witte sokjes in verstandige schoenen) en ander religieus volk met dikke kruizen om de nek tegen: in supermarkten, shoppingmalls en in langszoevende personenbusjes beplakt met een mooi plakkaat van een missionary school of een weeshuis. Op zondagen hoor je opgewekt gezang uit de kerken schallen en langs de wegen buiten de stad wemelt het van de borden met verwijzingen naar de dichtstbijzijnde kerk, missiepost, of Mary, Jesus of the Lord in het algemeen. Zelfs in de kleinste dorpen staan wel een of meerdere kerkjes: eenvoudige bakstenen gebouwtjes met een golfplaten dak. Bovendien wordt er ook veelvuldig in de openlucht gepredikt, met microfoon, speakers en een stereo-installatie of synthesizer als begeleiding. De toehoorders zijn gekleed in hun zondagse goed: meisjes in knalroze prinsessenjurken met veel kant, een petticoat en ander brandbaar spul, vrouwen in tweedelige jurken met Afrikaanse kanga-print en de mannen in pak, het overhemd gestreken.

Lees de rest van dit artikel »

Shall I freestyle tonight?!

‘Er zijn zelfs een paar beroemdheden,’ roept vriendin Sarah door de luide muziek. Ze wijst op een jongen van begin twintig: dreads, spijkerbroek en een paars fluwelen jasje. Het is Davis, tieneridool en winnaar van Tusker Project Fame, het Oost Afrikaanse equivalent van Idols en X factor. We zijn in Club Soundd in het centrum van Nairobi. Overal hoge tafeltjes en barkrukken, in een loungehoek staan banken, helemaal achterin is het kleine podium, met op de muur grote posters van Kwani?, de uitgeverij die de poetry slam sessie van vanavond organiseert. De schemerige ruimte wordt verlicht door het flikkerende schijnsel van televisies die her en der aan het plafond hangen en allemaal staan afgestemd op een ander kanaal. In deze stad ken ik geen bar zonder tv. Het publiek is jong, twintigers, dertigers; obers lopen af en aan met drankjes en grote borden patat, gegrild vlees en groente.

Presentatrice Cindy doet naar goed Keniaans gebruik uitvoerig aan interactie met het publiek. ‘Shall I freestyle tonight?!’ roept ze, het publiek humt wat ongeïnspireerd. ‘I don’t feel the love! Shall I freestyle tonight?!’ En het gehum verandert in enthousiaste aanmoedigingen. Het is al bijna een uur na de officiële aanvangstijd. Davis zingt twee nummers, begeleid door een indrukwekkende drummer in hemdsmouwen, met de stropdas losjes om de nek, en een paar zeer serieus kijkende achtergrond zangeressen. De muziek is energiek, maar monotoon en de nummers duren eindeloos, Afro Benga.  

Lees de rest van dit artikel »

De housegirl

Mijn aandacht wordt getrokken door een vette kop: Look at how far this former housegirl has come. Ik blader door de Daily Nation, een van de grootste kranten van Kenia. Het is een interview met Eva Kasaya over haar boek Tale of Kasaya, waarvoor zij een paar weken geleden de Jomo Kenyatta Prize for Literature ontving. In de boekhandel kan ik nog net het laatste exemplaar bemachtigen. ‘Everybody is talking about it these days,’ zegt eigenaar Chan terwijl ik afreken.

Eva Kasaya is 32 jaar. Het boek dat zij schreef is het persoonlijke verslag van haar bestaan als housegirl, een leven zoals dat door duizenden Keniaanse meisjes en vrouwen wordt geleefd. Want een groot deel van de mensen in dit land, arm of rijk heeft een full time (en vaak inwonende) housegirl, een huishoudelijke hulp. Nederlanders hebben soms al allerlei meningen over het inhuren van een werkster voor een paar uur per week. Maar hier is een hulp volstrekt normaal en in veel gevallen zelfs noodzakelijk. Want kinderdagverblijven of buitenschoolse opvang bestaan hier niet, dus wie zorgt er anders voor je kinderen?

Lees de rest van dit artikel »

Ships in High Transit een kort verhaal van Binyavanga Wainaina

Tussen de stapels in plastic verpakte boeken in The Bookstop in Yaya Center, zie ik The Granta Book of the African Short Story liggen. Als ik Chan, de boekhandelaar vraag of het een aanrader is zegt hij ‘Oh yes, its a wonderful collection, look who’s in it.’ Zijn wijsvinger glijdt langs de lange rij namen op de flap, Leila Aboulela, Dambudzo Marechera, Maaza Mengiste, Olufemi Terry. Wonderful? Ik heb geen idee. Ik ken er slechts een handvol. Maar juist daarom is een bundel als deze precies waar ik naar op zoek ben.

Ik begin met een verhaal van Binyavanga Wainaina, die deze zomer na het verschijnen van zijn in Kenia langverwachte debuutroman werd omarmd door Oprah. Wainaina is de darling van de hedendaagse literaire wereld van Kenia. Hij won in 2002 de Caine Prize for African Writing, waarna hij het literaire tijdschrift Kwani? oprichtte. Sindsdien zijn er van zijn hand een aantal korte verhalen en een paar essays gepubliceerd, waarvan How to write about Africa het bekendste is. Hij wordt hier gezien als de twinkelende ster aan het literaire firmament en de meeste mensen krijgen een wat omfloerste blik in hun ogen als zijn naam valt. ‘Binyavanga is amazing,’ zucht mijn Keniaanse kennis A als ik haar naar hem vraag.

Lees de rest van dit artikel »

De hardloopbroek van Benali

Ik ben al weken zonder een cent te verdienen pr aan het bedrijven voor het Storymoja Hayfestival: wat van alles blijkt in te houden: een pr plan maken dat kwijt raakt, ruzie maken met kranten over publicatiedata en gênant vaak vragen aan een journalist van The Daily Nation of hij please nog één keer wil herhalen wat hij net zei, omdat ik hem echt niet kan verstaan (lawaaiig kantoor, leg ik hem uit, en I am not a native speaker) totdat hij plots ophangt en ik nog steeds niet weet of het interview waar ik over belde doorgaat. En dan nu die hardloopbroek.

De Nederlandse schrijver Abdelkader Benali is te gast bij het Storymoja Hayfestival om te praten over schrijven, voetballen in Afrika en marathon lopen. Maar dat niet alleen, hij is hier ook om zelf hard te lopen, want Benali traint voor de marathon van Amsterdam. De dag voordat het festival begint ontvang ik een e-mailtje van hem. Of ik misschien aan een hardloopbroek kan komen. Hij is de zijne vergeten en staat op het punt in het vliegtuig te stappen. Een hardloopbroek voor Abdelkader Benali. Welke maat zou hij hebben en wat voor een broek wil hij? Strak, los, lang, kort? Of heel kort? (Of strak en heel kort?)

Lees de rest van dit artikel »

Yusef Komunyakaa

Zes dichters, vier Kenianen, twee Amerikanen zitten op plastic stoelen voor een jong publiek in een tent naast een voetbalveld aan de rand van het terrein van het Storymoja Hayfestival. Yusef Komunyakaa is een van de Amerikaanse dichters.

Komunyakaa is een krachtige, bedachtzame man, die opgroeide in het diepe zuiden van de Verenigde Staten. Een ruige plek voor een zwarte jongen in de jaren vijftig en een plek die doorklinkt in zijn poëzie. Het gebied waar hij zijn jeugd doorbracht, werd verscheurd door racisme en sociale apartheid, de plaatselijke bibliotheek was verboden terrein voor zwarten. De Ku Klux Klan lag altijd op de loer. De natuur was een sterke aanwezigheid, een vitale, zinderende wildernis van moeras, insecten, hitte, en lianen, ‘Strong & thick / enough to hang a man’. Als hem wordt gevraagd hoe hij ertoe kwam om te gaan dichten, vertelt Komunyakaa dat hij zocht naar verlossing uit deze vijandige omgeving door het fysieke landschap waarin hij opgroeide uit te dagen en te doordringen, in bezit te nemen en ervan te leren; en door te lezen en te dromen. ‘En deze twee wegen kwamen als het ware samen in mijn geest om poëzie te creëren.’

Lees de rest van dit artikel »

Mijn eerste Ben Okri

De parkeerplaats van het festival is vol, ik moet mijn auto dus verderop parkeren op het terrein van de Railway Club, een vervallen bakstenen gebouw uit de koloniale tijd, een van de weinigen in zijn soort in het Nairobi van 2011. Ik ben ongeduldig, want veel te laat. De man die zich uitgeeft als de eigenaar van deze parkeerplaats troggelt mij en passant 100 shilling af en meldt dat zijn parkeerplaats dat dubbel en dwars waard is, er zijn immers ook bewakers aanwezig. En inderdaad, als ik heel goed kijk, zie ik ergens in de verre verte een man in een uniform. Hij zit onderuit gezakt op een muurtje. Met zijn rug naar de parkeerplaats toe. En staart naar het reuzenrad op het aanpalende plot. Naast mijn auto zit een gat in de heg waardoor allerlei volk naar binnen loopt. Ach wat, jat dat ding maar. Ik heb belangrijker dingen te doen. Ik ben onderweg naar Ben Okri.

De Nigeriaanse schrijver Ben Okri, die in 1991 de Booker Prize won met The Famished Road, is de ster van het StorymojaHayfestival 2011. Ik heb hem de hand geschud tijdens het openingsdiner. En op de eerste dag van het festival zag ik hem steeds heen en weer wandelen tussen de tenten. Zwarte broek, wit overhemd, zwarte baret en een ringbaardje. Als ik de tent heb gevonden waar hij die middag optreedt (ik ben inmiddels een half uur te laat), blijk ik precies op tijd te zijn.

Lees de rest van dit artikel »